Fietsroute

DROMEN LANGS DE DEMER

DROMEN LANGS DE DEMER

Aarschot, Langdorp, Testelt, Messelbroek, Wezemaal, Rotselaar, Werchter, Betekom

De Demerroute voert je langs de stille OEVER VAN DE DEMER tussen Werchter en Testelt. Hier fiets je niet meer door het hart van het Merodegebied. Toch ontdek je ook in de dorpen onderweg de INVLOED VAN DE NORBERTIJNEN. Het gezellige Demerstadje Aarschot is een prima afsluiter van deze fietstocht.

Afstand 54,0 km
Vertrekpunt Tussen knooppunt 51 en 3 bij parking Demervallei in Aarschot. Steek de fietsbrug over de Demer over en volg stroomopwaarts richting 3
Alternatieve route Om in te korten beperk je tot de oostelijke lus, afstand 26 km
Knooppunten 51 – 3 – 80 – 56 – 81 – 57 – 82 – 1 – 2 – 4 – 89 – 51 – 15 – 16 – 17 – 62 – 66 – 41 – 30 – 72 – 71 – 67 – 91 – 92 – 9 – 10 – 14 – 51
Niveau Het parcours is vlak, behalve enkele lichte hellingen tussen 2 en 89
Facebook LinkedIn WhatsApp
PDF
GPX
Honger of dorst tijdens je tocht? Bij heel wat van onze lokale ondernemers kan je voor je consumptie stempels verzamelen. Heb je er 6, dan maak je kans om een feestarrangement te winnen ter waarde van 600 euro. Vergeet niet je stempelkaart te vragen!
Alle info vind je hier

Aarschot is een boeiende historische stad in het Landschapspark de Merode. In tegenstelling tot Diest, die andere voorname Brabantse stad langs de Demer, is het in Aarschot vandaag echter zoeken naar sporen van de norbertijnen. Die vaststelling zou de oude hertog van Aarschot niet erg vinden. Wanneer in de 12de eeuw de norbertijnenabdijen van Averbode, Tongerlo en Park hun invloed in de dorpen en parochies in de streek uitbreiden, loopt dat niet zo vlot in Aarschot. Waar elders wereldlijke heren soms graag bezittingen en rechten afstaan aan kloosterlingen, is de machtige hertog van Aarschot op dat vlak minder toegeeflijk. Het bezoek aan Aarschot bewaren we voor later tijdens deze tocht.

Eerst volgen we de Demer stroomopwaarts naar Langdorp. Op de rivierdijk is het heerlijk vlak fietsen. Verder weg van de vallei golven de Hagelandse heuvels. Die ontstonden miljoenen jaren geleden. Ze zijn een soort zandbanken die achterbleven toen een prehistorische zee zich terugtrok. Wind en regen spoelden het lichte zand weg. De heuvels bleven achter op plekken waar harde lagen ijzerzandsteen aan de oppervlakte kwamen. Dat roestbruine gesteente werd eeuwenlang gebruikt als bouwmateriaal. De Sint-Pieterskerk van Langdorp levert daar een mooi bewijs van. Rond de kerk ligt nog een ommuurd kerkhof. De goed bewaarde site is beschermd als monument. Picknicken kan je bij de Demerbrug. Een lange tafel met banken heeft er de vorm van een meanderende Demer. Dit is één van de drie Demertrefplaatsen die je tijdens de tocht ontmoet. De andere passeer je in Werchter en Betekom.

Door een beemdenlandschap fiets je zalig naar Testelt. In dat dorp beland je midden in de invloedsfeer van de norbertijnenabdij van Averbode. Kort na de stichting van de abdij schenken lokale edelen aan haar het patronaatsrecht in Testelt en het naburige Messelbroek. Dankzij dat recht kunnen de norbertijnen er de pastoor aanstellen en de parochie en armenzorg besturen. In ruil moeten ze wel de pastoor van een loon voorzien. De norbertijnen verwerven ook het recht op de tienden. Dat was een belasting van tien procent op de oogst van de landbouwers. De abdij is in Testelt ook eigenaar van twee watermolens op de Demer. Het gerestaureerde molenhuis van een van de twee molens fiets je voorbij (tussen de kerk en de Demer). Je kunt tussen de bomen een glimp opvangen van de oude norbertijnenpastorie aan de overzijde van de Demer. 

Bij de brug over de Demer wenden we de steven terug in de richting van Aarschot. Ook in Messelbroek heeft de norbertijnenabdij van Averbode eeuwenlang de religieuze zaken bestierd. Naast de kerk (let weer op de toren in ijzerzandsteen) bouwt ze al vroeg een pastorie voor haar parochiepriester. De huidige beschermde pastorie dateert uit de 18de eeuw. Het is een lekenbroeder van de abdij zelf, Gregorius Godissar, die de rol van bouwheer op zich neemt. Oorspronkelijk was de pastoriesite omgracht. In het water werd vis gekweekt. Rond de pastorie bevond zich een boomgaard.

Als je bij het binnenrijden van Aarschot beiaardgeschal hoort, dan weet je dat de 51 klokken van de vredesbeiaard aan het klingelen zijn. Die werd in 2018 in de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk gehangen. Dat was precies honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog. In augustus 1914 was Aarschot de eerste Vlaamse stad waar het Duitse leger massaal burgers ombracht (170 slachtoffers). Sindsdien is ze officieel een ‘martelaarsstad’. Die Onze-Lieve-Vrouwekerk is het beste voorbeeld van de Demergotiek langs de route. Vlakbij ligt het mooie pleinbegijnhof. Dé blikvanger echter zijn de gerestaureerde ’s Hertogenmolens op de Demer. Het watercomplex toont de macht van de heren van Aarschot in de 16de eeuw. De waterpoort beschermde de stad tegen indringers; er werd tol geheven op goederen; en er was een banmolen van de heer. Boeren waren verplicht hier hun graan te laten malen. Een deel van de oogst moesten ze als belasting achterlaten.

Op weg naar Rotselaar fiets je (vlak!) tussen de heuvels van Gelrode en Wezemaal. De Wijngaardberg in dat laatste dorp is niet de eerste heuvel met die naam die je vandaag tegenkomt. Op de zuidelijke flanken van de hellingen stonden vroeger wijngaarden. Sinds een halve eeuw heeft men opnieuw met die traditie aangeknoopt. Net als Wezemaal is ook Rotselaar een parochie die tot de religieuze invloedsfeer van de norbertijnenabdij van Averbode behoorde. Daardoor was de pastoor er een norbertijn. Er is nog een band tussen Rotselaar en Averbode. Jan van Rotselaar is een telg van de heren van Rotselaar die het in 1289 tot abt van de norbertijnenabdij schopt. Jan stimuleerde de landbouw in de dorpen waar de abdij rechten bezat. 

De kerk en dorpskern van Rotselaar passeren we niet. Maar wel de watermolen van Rotselaar. Ooit de molen van de heren van Rotselaar biedt de gerestaureerde site vandaag onderdak aan een duurzaam samenwoningsproject met negen gezinnen. Sinds 1995 werkt de molen als een groene waterkrachtcentrale. Het Dijlewater genereert er evenveel elektriciteit als ongeveer 140 gezinnen op jaarbasis verbruiken.

De route kronkelt door de vallei van de Dijle naar Werchter. Dat dorp ontstond op de plaats waar Demer en Dijle samenvloeien. Ook in de grote parochie Werchter delen de norbertijnen de lakens uit vanaf de 12de eeuw. Hier zijn het echter geen kloosterlingen uit Averbode, maar deze van de norbertijnenabdij van Park, in Heverlee, die de pastoor aanstellen. Wanneer Haacht en Wakkerzeel zich later van moederparochie Werchter afscheiden, blijft Park ook daar de parochianen besturen.

Vanaf Werchter volgen we de Demer terug naar Aarschot. Nu dompel je je onder in een ongerepte brok natuur. Tot Aarschot ontmoet je letterlijk geen huis. Enkel in Betekom kruist een weg de rivier. Op die brug werd het oude tolhuisje opnieuw nagebouwd. Tot 1900 moest er door karrevoerders tol betaald worden om de brug te gebruiken — niet door de scheepvaart dus. In de brede vallei krijgt de Demer hier en daar haar speeltuin terug. Afgesneden rivierarmen worden weer aangesloten op de rivierloop. Zo wordt water minder snel afgevoerd en blijft de vallei natter. Wanneer de ’s Hertogenmolens op de Demer opdoemen, weet je dat je voor de derde en laatste keer Aarschot bereikt.