Wandelroute

Het Norbertus dorp bij uitstek

Het Norbertus dorp bij uitstek

Tongerlo

Ver moet je in Tongerlo niet stappen om helemaal in de sfeer van de norbertijnen te vertoeven. Uiteraard kun je niet naast de PRACHTIGE ABDIJSITE kijken. Maar ook kleinere religieuze bouwwerken, machtige dreven, een windmolen en een pachthoeve tonen de EEUWENOUDE BAND tussen de paters en de dorpsgemeenschap.

Afstand 8,0 km
Duur 2,0 uur
Vertrekpunt Knooppunt 1, bij de ingang van de norbertijnenabdij van Tongerlo (op het einde van de parking)
PARKING Parking Abdij van Tongerlo, Meulemanslaan in Tongerlo
OPENBAAR VERVOER De Lijn 540 Herentals –Westerlo, halte Dreef Abdij
Knooppunten 1 – 343 – 382 – 2 – 1 – 342 – 344 – 348 – 345 – 64 – 343 – 1
Niveau Gemakkelijk
Facebook LinkedIn WhatsApp
PDF
GPX
Honger of dorst tijdens je tocht? Bij heel wat van onze lokale ondernemers kan je voor je consumptie stempels verzamelen. Heb je er 6, dan maak je kans om een feestarrangement te winnen ter waarde van 600 euro. Vergeet niet je stempelkaart te vragen!
Alle info vind je hier

De wandeling start op het einde van de parking van de abdij van Tongerlo, aan knooppunt 1. Ze voert je eerst weg van de abdij door de toegangsdreef naar knooppunt 343 om ten volle het imposante van deze prachtige abdij in je op te nemen. Twee rijen majestueuze bomen aan weerszijden trekken zeker je aandacht. De toegangsdreef is de oudste Hollandse lindedreef van West-Europa, aangeplant in 1676 door abt Jacobus Crils.

Aan knooppunt 382 sla je de Oevelse dreef in. In de 17de eeuw begonnen de norbertijnen ten westen en noordwesten van de abdij als eerste met het aanleggen van zeker 8 ‘sterbossen’: bossen met 5, 6, 7 of 8-vormige sterdreven. Ze waren voornamelijk bedoeld voor de houtkap. Vooral eiken en beuken waren geliefd. De meeste norbertijnendreven werden in de 20ste eeuw omgezet naar landbouwgebied, maar de Oevelse dreef geeft ons een goed beeld van hoe een authentieke norbertijnendreef er kan hebben uitgezien.

We wandelen de site van de Onze-Lieve-Vrouwabdij binnen langs de zijingang. Rechts vind je boekhandel Oude Linden waar je naast boeken en religieuze artikelen ook enkele typische abdijproducten kan kopen. De religieuze abdijgebouwen zijn niet toegankelijk, maar het imposante binnenplein met de kerk en de Boerenkrijgschuur zijn zeker de moeite van het bekijken waard. In deze schuur werden destijds de ‘tienden’ bewaard, een tiende van de oogst dat de pachters als belasting in natura afstonden aan de abdij.

Tijdens de openingsuren van het museum is het zeker de moeite om door te lopen naar een tweede plein met symmetrisch aangelegde tuin. Je ontdekt er in het da Vincimuseum de meest getrouwe en mooiste replica van het Laatste Avondmaal dat Leonardo da Vinci schilderde voor de eetzaal van Santa Maria delle Grazie in Milaan. De abdij kocht het schilderij in 1545 aan voor de aankleding van de abdijkerk die in 1555 werd opgeleverd.

We verlaten de abdijsite via de hoofdpoort aan knooppunt 1 en wandelen naar links. Net voor knooppunt 342 passeer je een mooie Lourdesgrot, overschaduwd door een grote beuk. Het monument werd in 1887 gebouwd op initiatief van een diepgelovige Lourdes-bedevaardster met de steun van de provisor van de abdij en met de hulp van lokale werklieden. In 1935 liet pastoor Hoste de grot vergroten en voorzien van een maquette van de Lourdesbasiliek.

Vervolgens voert de wandeling je door de dorpskern van Tongerlo. Op weg naar knooppunt 344 passeer je de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw ten Eik, een norbertijnenkapel met een kapelhof en kerkhofje met gedenkstenen en wapenschilden van de familie de Trannoy. Het was een beloftekapel opgericht in 1640 door de 42ste abt van Tongerlo na een pestepidemie. Nu is het een beschermd monument en landschap.

Aan knooppunt 348 zie je links in de straat de Ambrosiushoeve. Deze hoeve werd in 1696 aangekocht door de norbertijnen van Tongerlo en in 1718 heropgebouwd in baksteen. Ze bestaat uit een L-vormig woonstalhuis met een woonhuis uit 1718, een later gebouwde stalling en enkele bijgebouwen. In 2002 werd het woonstalhuis beschermd als monument. De hoeve is in privébezit maar is in de streek een bekende feestzaal.

Even voorbij knooppunt 64 valt je oog ongetwijfeld op de wieken van de Beddermolen. Sinds 1525 stond hier al met zekerheid een abdijmolen die het graan van de pachthoeves van de norbertijnen maalde. Later kwam er op het erf een stal voor het vee, een schuur, een bakhuisje en een molenhuis bij. Dit ensemble van gebouwen is vandaag nog steeds intact en vormt een uniek voorbeeld van een typisch Kempens molendomein. 

Voor je terug de parking bereikt, passeer je links het kasteel de Meeûs d’ Argenteuil, gebouwd tussen 1912 en 1915 met historisch recuperatiemateriaal. Het oogt dus heel wat ouder dan het in werkelijkheid is. Het kasteel en het omringend park zijn beschermd en niet open voor het publiek.